Waarom gaat een hoogbegaafd kind onderpresteren?

Waarom gaat een hoogbegaafd kind onderpresteren?

Je weet dat je kind veel in zijn of haar mars heeft, maar op school komt dat er niet altijd uit. Misschien haalt je kind lagere cijfers dan je verwacht, maakt het huiswerk niet of nauwelijks, lijkt het weinig gemotiveerd of doet het soms zelfs alsof het allemaal niet zo belangrijk is. Toch kan je als ouder het gevoel hebben: er zit zoveel meer in mijn kind.

Wanneer een hoogbegaafd kind structureel minder presteert dan op basis van zijn of haar mogelijkheden wordt verwacht, kan er sprake zijn van onderpresteren. Maar waarom gebeurt dit? En belangrijker: hoe kun je je kind helpen om weer vertrouwen te krijgen in zichzelf en zijn of haar mogelijkheden?

 

Wat is onderpresteren?

Onderpresteren betekent dat een kind op school duidelijk minder laat zien dan je op basis van zijn of haar mogelijkheden zou verwachten. Het gaat dus niet simpelweg om een keer een laag cijfer of een periode waarin een kind minder goed presteert.

Bij onderpresteren is er vaak een verschil tussen wat een kind kan en wat het daadwerkelijk laat zien. Een kind kan bijvoorbeeld gemakkelijk moeilijke onderwerpen begrijpen, maar toch lage cijfers halen. Of het maakt opdrachten niet af, stelt huiswerk steeds uit en lijkt weinig interesse te hebben in school.

Onderpresteren kan voorkomen bij verschillende kinderen, maar het wordt relatief vaak gezien bij hoogbegaafde kinderen. Juist omdat zij zich bepaalde leerstof in eerste instantie gemakkelijk eigen kunnen maken, kan er een verschil ontstaan tussen hun mogelijkheden en hun daadwerkelijke schoolprestaties.

Het is daarbij belangrijk om onderpresteren niet direct te zien als luiheid of een gebrek aan motivatie. Vaak is er meer aan de hand.

 

Waarom gebeurt dit bij hoogbegaafde kinderen?

Er is niet één oorzaak voor onderpresteren. Ieder kind is anders en verschillende factoren kunnen een rol spelen.

Te weinig uitdaging
Een hoogbegaafd kind kan de lesstof snel begrijpen. Wanneer de leerstof onvoldoende aansluit bij het niveau en de behoefte van een kind, kan verveling ontstaan. Het kind leert daardoor misschien niet hoe het moet omgaan met inspanning, moeilijke opdrachten of tegenslagen.

Nooit geleerd om te leren
Wanneer leren op de basisschool lange tijd gemakkelijk gaat, kan een kind weinig ervaring opdoen met leren leren. Zodra de leerstof op de middelbare school moeilijker wordt, kan het ineens tegen problemen aanlopen. Een goede planning maken, leren voor een toets en een moeilijke opdracht stap voor stap aanpakken zijn vaardigheden die niet automatisch ontstaan.

Perfectionisme en faalangst
Sommige hoogbegaafde kinderen leggen de lat erg hoog voor zichzelf. Als ze bang zijn om fouten te maken, kunnen ze moeilijke opdrachten juist vermijden. Niet beginnen voelt dan veiliger dan het risico lopen dat iets niet lukt.

Een negatief zelfbeeld
Als een kind langere tijd minder presteert dan verwacht, kan het gaan denken: ik kan het blijkbaar toch niet. Hierdoor kan een negatieve cirkel ontstaan: minder vertrouwen leidt tot minder inzet, wat vervolgens weer tot teleurstellende resultaten kan leiden.

Aanpassing aan de omgeving
Sommige kinderen willen niet opvallen doordat ze anders denken of sneller leren dan klasgenoten. Ze kunnen hun gedrag aanpassen aan de groep en bewust minder laten zien van wat ze kunnen.

Ook factoren zoals motivatie, sociale aansluiting, verwachtingen vanuit de omgeving en eventuele andere leer- of ontwikkelingsproblemen kunnen een rol spelen.

Signalen van onderpresteren

Onderpresteren ziet er bij ieder kind anders uit. Toch zijn er signalen die ouders en school kunnen opvallen.

Je kunt bijvoorbeeld merken dat je kind:

  • opvallend lage cijfers haalt terwijl het de lesstof goed lijkt te begrijpen;
  • weinig inzet toont voor school of huiswerk;
  • regelmatig huiswerk uitstelt of niet afmaakt;
  • snel zegt dat iets saai, stom of onnodig is;
  • alleen het minimale doet;
  • moeite heeft met plannen en organiseren;
  • boos, gefrustreerd of emotioneel reageert rondom school;
  • snel opgeeft zodra iets moeilijk wordt;
  • bang is om fouten te maken;
  • weinig vertrouwen heeft in zijn of haar eigen kunnen;
  • thuis heel anders functioneert dan op school.

 

Een belangrijk signaal kan ook zijn dat een kind wel degelijk veel kennis en inzicht laat zien buiten school, bijvoorbeeld tijdens gesprekken, bij hobby’s of wanneer het zelf iets interessants onderzoekt.

Het is goed om niet ieder laag cijfer meteen als onderpresteren te zien. Soms spelen andere factoren een rol. Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan alleen de schoolresultaten.

 

Gevolgen op lange termijn

Wanneer onderpresteren langere tijd aanhoudt, kan dat gevolgen hebben voor een kind. Het gaat namelijk niet alleen om cijfers.

Een kind kan steeds minder vertrouwen krijgen in zijn of haar eigen mogelijkheden. Ook kan school steeds meer worden ervaren als iets waar je niet goed in bent of waar je liever niet mee bezig bent.

Daarnaast kan een kind bepaalde vaardigheden missen die later belangrijk zijn, zoals plannen, zelfstandig werken, doorzetten wanneer iets moeilijk is en omgaan met fouten. Wanneer het leren lange tijd vanzelf is gegaan, kan het lastig zijn om deze vaardigheden op een later moment alsnog te ontwikkelen.

Ook kan er een negatieve wisselwerking ontstaan:

weinig uitdaging → verveling → minder inzet → lagere resultaten → minder zelfvertrouwen → nog minder motivatie.

Hoe langer zo’n patroon blijft bestaan, hoe moeilijker het soms wordt om het zelfstandig te doorbreken.

Daarom is het belangrijk om signalen van onderpresteren serieus te nemen en niet af te wachten tot de problemen groter worden.

Hoe help je je kind weer vooruit?

De eerste stap is om te onderzoeken waarom je kind onderpresteert. Er bestaat namelijk geen standaardoplossing voor onderpresteren.

Praat met je kind en probeer niet alleen te vragen naar cijfers, maar vooral naar hoe het school ervaart. Wat vindt je kind moeilijk? Waar wordt het enthousiast van? Wanneer lukt leren wel? En wat gebeurt er wanneer iets niet meteen lukt?

Ook school kan een belangrijke rol spelen. Soms is meer uitdaging nodig, maar soms ligt de behoefte juist bij het aanleren van studievaardigheden, het vergroten van zelfvertrouwen of begeleiding bij perfectionisme of faalangst.

Het kan daarnaast helpen om samen te kijken naar de manier waarop je kind leert. Een hoogbegaafd kind heeft niet automatisch goede studievaardigheden. Ook een kind dat de stof snel begrijpt, kan ondersteuning nodig hebben bij plannen, leren voor toetsen, prioriteiten stellen en omgaan met moeilijke leerstof.

 

Wanneer is onderzoek zinvol?

Wanneer je merkt dat je kind langere tijd vastloopt of wanneer er veel verschil zit tussen wat je kind kan en wat het op school laat zien, kan een intelligentie onderzoek helpen om meer inzicht te krijgen.

Bij een onderzoek wordt niet alleen gekeken naar intelligentie. Het is juist belangrijk om naar het hele kind te kijken: de manier van denken en leren, sterke kanten, mogelijke knelpunten en factoren die het functioneren op school beïnvloeden.

Vanuit dat inzicht kan vervolgens worden bekeken welke ondersteuning passend is. Soms ligt de oplossing in meer uitdaging, soms in het ontwikkelen van studievaardigheden en soms in extra begeleiding op sociaal-emotioneel gebied.

 

Wanneer is extra begeleiding nodig?

Een hoogbegaafd kind dat onderpresteert, heeft niet altijd méér motivatie nodig. Vaak is het belangrijker om te begrijpen waarom het kind niet laat zien wat het in zich heeft.

Door verder te kijken dan cijfers en gedrag, kun je ontdekken wat je kind nodig heeft om weer met vertrouwen en plezier te leren. Met de juiste begeleiding kan een kind niet alleen betere schoolresultaten behalen, maar ook leren omgaan met uitdagingen, fouten maken en vertrouwen op de eigen mogelijkheden.

Herken je jouw kind hierin en wil je graag weten waar het gedrag vandaan komt? Bij Praktijk Maltha kunnen we samen met jou onderzoeken wat er speelt en welke ondersteuning het beste bij je kind past.

 

Wellicht is dit artikel ook interessant om te lezen:

Veelgestelde vragen

Orthopedagogische Praktijk Maltha (OPM) helpt kinderen en jongeren met uiteenlopende leer- en ontwikkelingsvragen. Wij voeren onderzoeken uit, zoals intelligentie- of motivatieonderzoek, en bieden specialistische begeleiding, bijvoorbeeld bij faalangst, ADHD of sociaal-emotionele ontwikkeling. Ons doel is altijd hetzelfde: inzicht geven, vertrouwen vergroten en kinderen laten groeien.

Onze onderzoeken en begeleiding zijn bedoeld voor kinderen en jongeren in het basis- en middelbaar onderwijs. Ook ouders, scholen en andere hulpverleners kunnen bij ons terecht voor advies of samenwerking. We kijken altijd naar de unieke situatie van het kind en stemmen ons traject daarop af. Voor studenten kunnen wij wel een studiekeuze onderzoek doen wanneer ze twijfelen over hun huidige studie of gestopt zijn en niet weten welke richting ze op willen.

Elk traject begint met een intakegesprek om de hulpvraag goed in kaart te brengen. Daarna volgen de testen of observaties, afhankelijk van het soort onderzoek. Na afloop bespreken we de resultaten uitgebreid en geven we een duidelijk verslag met praktische handvatten. Indien gewenst kan daarna passende specialistische begeleiding worden gestart.

Nee, wij hebben geen wachttijd. Binnen OPM hebben wij korte lijnen en daardoor zijn wij in staat snel te schakelen. Bij ons is er geen wachtlijst en kunnen we direct een afspraak inplannen.

Bij OPM werken uitsluitend orthopedagogen en kinder- en jeugdpsychologen. Ons team heeft ruime ervaring met leerproblemen, ontwikkelingsstoornissen en sociaal-emotionele uitdagingen. Zij zijn instaat om wetenschap te verbinden met praktisch handelen. Zo weet je zeker dat jouw kind deskundig, met aandacht en zorg wordt begeleid.

Gerelateerde artikelen

Powered by Joinchat